Sonett-Forum

Normale Version: Johan Andreas der Mouw: Brahman 1 / 046 Hij ziet zijn leven, eind'loze woestijn,
Du siehst gerade eine vereinfachte Darstellung unserer Inhalte. Normale Ansicht mit richtiger Formatierung.
Johan Andreas der Mouw
1863 - 1919 Niederlande

Aus Brahman I

046


Hij ziet zijn leven, eind'loze woestijn,
En denkt aan prenten uit zijn kindertijd:
Helgeel is 't zand, en alles leeg en wijd,
Driehoekjes staan op de achtergrond, heel klein;

Hij weet met trots, dat 't pyramiden zijn -
In schaduwkoelte van vergetelheid
Had hij zo graag zijn moeheid neergevlijd,
Niet meer gesard door verre illuzieschijn.

Hij denkt: Dat was ik zelf; en nu ben 'k grijs.
En 'k had mijn tuintje toch in vaders tuin,

Voor bitterkers in 't voorjaar en radijs,
En dan violen, donkerpaars en bruin:

Die vond ik 't mooist. En gele. - En de ene hand
Wrijft weg van de and're een droog gevoel van zand.



Brahmane

I. 046


Er sieht sein Leben ziehn durch Wüsteneien,
er denkt an Bilder aus der Kinderzeit:
Hellgelb der Sand und alles leer und weit,
Dreiecke stehn im Hintergrund, ganz klein;

Er weiß, das müssen Pyramiden sein. -
In Schattenkühle der Vergessenheit
gäb er sich gerne seiner Müdigkeit; -
Nie mehr gequält durch fernen falschen Schein.

Er denkt: "Das war ich. Nun muss ich ergrauen.
Ich hatt' mein Gärtchen noch in Vaters Garten,

mit Kresse und Radieschen, allen Arten
von Veilchen, dunkelviolett und braun.

Die fand ich schön. Und gelb! Und eine Hand
reibt fort von andrer das Gefühl von Sand."


.
Referenz-URLs